- Sinds de Wet goed verhuurderschap moet een verhuurder de waarborgsom binnen 14 dagen na het einde van de huur terugbetalen.
- Die termijn loopt op tot 30 dagen als er schade of huurachterstand is, maar dan moet de verhuurder de kosten schriftelijk en volledig specificeren.
- Een gemeente kan bij herhaalde overtreding uiteindelijk het beheer van het pand overnemen, een van de sancties van de Wet goed verhuurderschap.
Wanneer een huurovereenkomst in Nederland eindigt, wil de huurder zijn waarborgsom zo snel mogelijk terug. Sinds de invoering van de Wet goed verhuurderschap staat hiervoor een concrete wettelijke termijn, geregeld in artikel 7:261b van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel legt uit wat die termijn precies inhoudt, en wat er verandert zodra er schade of achterstallige huur in het spel is.
1. De hoofdregel: 14 dagen na het einde van de huur
Artikel 7:261b lid 3 van het Burgerlijk Wetboek verplicht de verhuurder om de waarborgsom binnen 14 dagen na het einde van de huurovereenkomst terug te betalen aan de huurder. Deze termijn geldt als hoofdregel, zonder dat de verhuurder daarvoor een aparte reden of toestemming nodig heeft.
2. 30 dagen bij schade of huurachterstand, met een verplichte specificatie
Heeft de verhuurder schade aan de woning geconstateerd, of is er nog huur onbetaald, dan loopt de termijn op tot 30 dagen, volgens artikel 7:261b lid 4. In dat geval moet de verhuurder binnen die termijn ook een schriftelijke en volledige specificatie geven van de kosten die worden ingehouden. Een waarborgsom die zonder enige schriftelijke onderbouwing wordt ingehouden, voldoet niet aan deze verplichting.
Deze specificatieplicht is precies bedoeld om de bewijslast dichter bij de verhuurder te leggen: het is niet aan de huurder om te bewijzen dat een inhouding onterecht is, maar aan de verhuurder om schriftelijk te onderbouwen waarom hij een deel van de waarborgsom achterhoudt.
- 14 dagen: wettelijke termijn voor teruggave van de waarborgsom na het einde van de huur, zonder schade of achterstand
- 30 dagen: verlengde termijn bij schade of huurachterstand, met verplichte schriftelijke kostenspecificatie
- Artikel 7:261b lid 3 en 4: de wetsartikelen die deze twee termijnen vastleggen, ingevoerd door de Wet goed verhuurderschap
3. Wat als de verhuurder deze termijn niet haalt
De Wet goed verhuurderschap voorziet in gemeentelijk toezicht op verhuurders, via een verplicht meldpunt voor huurders. Bij een overtreding kan een gemeente een bestuurlijke boete van de vierde categorie opleggen, en bij herhaling binnen vier jaar een boete van de vijfde categorie, de zwaarste van de twee. In het uiterste geval kan een gemeente het beheer van het pand overnemen, een sanctie die specifiek bedoeld is voor verhuurders die herhaaldelijk in gebreke blijven, niet alleen op het punt van de waarborgsom.
Voor een huurder die zijn waarborgsom niet op tijd terugkrijgt, is het eerste redelijke stapje een schriftelijk verzoek aan de verhuurder, met een duidelijke verwijzing naar de wettelijke termijn van artikel 7:261b. Blijft een reactie uit, dan kan de huurder dat verzoek herhalen en, als ook dat niets oplevert, een melding doen bij het gemeentelijke meldpunt dat de wet voorschrijft.
4. Dit staat los van de vraag of er rente wordt vergoed
Deze wettelijke termijn van 14 of 30 dagen regelt alleen wanneer het bedrag zelf wordt terugbetaald, niet of daar rente bovenop komt. Zoals eerder op deze site beschreven, bevestigen onze bronnen geen wettelijke renteplicht op de Nederlandse waarborgsom, in tegenstelling tot de renteplicht die in de drie Belgische gewesten wel bestaat. Termijn en rente zijn dus twee losse vragen, geregeld door verschillende bepalingen.
Dit onderscheid is niet alleen theoretisch. Een huurder die zijn waarborgsom pas na zes weken terugkrijgt, heeft op basis van artikel 7:261b een duidelijke wettelijke termijn om naar te verwijzen, ook al levert die vertraging zelf geen extra rente op. De termijn beschermt dus vooral tegen een late teruggave, niet tegen een teruggave zonder vergoeding voor de wachttijd.
5. Wat te doen bij het begin van de huur, om latere discussie te voorkomen
Leg bij het begin van de huur de staat van de woning vast met gedateerde foto’s, en bewaar deze tot na de teruggave van de waarborgsom. Bij het einde van de huur helpt een schriftelijke bevestiging van de opleveringsdatum om precies te kunnen berekenen wanneer de termijn van 14 of 30 dagen ingaat en afloopt.
Spreek ook af, liefst schriftelijk in de huurovereenkomst zelf, hoe en naar welk rekeningnummer de waarborgsom wordt teruggestort. Een duidelijke afspraak hierover voorkomt dat de teruggave zelf vertraging oploopt om een reden die niets met schade of huurachterstand te maken heeft.
6. Veelgestelde vragen
Geldt de termijn van 14 dagen ook als er geen schade is?
Ja, dat is juist de hoofdregel. De termijn van 30 dagen geldt alleen als de verhuurder schade of huurachterstand aanvoert, en dan moet hij de ingehouden kosten schriftelijk specificeren.
Wat gebeurt er als de verhuurder helemaal niet reageert?
Een huurder kan de verhuurder schriftelijk aan de wettelijke termijn herinneren, en bij aanhoudend uitblijven een melding doen bij het gemeentelijke meldpunt dat de Wet goed verhuurderschap voorschrijft.
Geldt deze termijn ook in België?
Nee. Dit artikel behandelt specifiek de Nederlandse waarborgsom onder het Burgerlijk Wetboek. De Belgische huurwaarborg wordt geregeld door drie afzonderlijke gewestelijke wetten, met eigen regels over de rente en de geïndividualiseerde rekening, zoals eerder op deze site beschreven.
Meer over het verschil tussen huurwaarborg en waarborgsom, en wie recht heeft op de rente, leest u in ons artikel over de rente op de huurwaarborg in België en Nederland, of bekijk het overige aanbod in onze rubriek tussen particulieren. En gaat het om een borg tussen particulieren, bijvoorbeeld voor geleend materiaal, dan leest u op onze pagina hoe zo’n borg bij een neutrale derde partij blijft. Zie ook onze pagina voor particuliere huurders en verhuurders.
SafeYield bouwt aan een manier om huurwaarborgen bij een gereguleerde bewaarder onder te brengen, waarbij beide partijen het geld in real time kunnen volgen. Het geld wordt alleen vrijgegeven als huurder en verhuurder het samen eens zijn.
Doe mee aan de privébèta- Burgerlijk Wetboek, boek 7, artikel 7:261b lid 3 en 4, versie van kracht op 1 januari 2026
- Wet goed verhuurderschap, 1 juli 2023 (meldpunt, bestuurlijke boetes, beheerovername)